In Nederland stegen de huizenprijzen de afgelopen tien jaar met bijna 50 %, Duitsland met 14 %, terwijl België een bescheiden groei van ongeveer 7 % kende. Dit relatieve evenwicht geeft gezinnen en investeerders voorspelbaarheid en beschermt tegen de grote prijsschokken die in sommige andere landen tot financiële instabiliteit hebben geleid. Volgens de jaarlijkse vastgoedbarometer van ERA en de Universiteit Antwerpen stegen de prijzen van huizen in Vlaanderen in 2025 gemiddeld met 3,7 procent en die van appartementen met 4,1 procent. Dat ligt boven de inflatie van 2,47 procent, maar dicht bij het historische gemiddelde van ongeveer 3,3 procent. Na de uitzonderlijke prijsschommelingen tijdens de coronaperiode en de daaropvolgende afkoeling door stijgende rentes in 2023 en 2024, keert de markt dus terug naar een normaal tempo. Macro-economen, onder meer bij KBC, bevestigen dat de eerdere overwaardering is weggewerkt en dat de markt vandaag in een stabiel evenwicht verkeert.
Deze stabiliteit is essentieel. Te sterke prijsstijgingen leiden tot een artificieel opgeblazen markt, waarin mensen te veel lenen. Dat vergroot het risico op een crash van vastgoedprijzen, met economische instabiliteit en financiële verliezen tot gevolg. Een stabiele markt voorkomt zulke schokken en creëert voorspelbaarheid voor zowel gezinnen als investeerders.
Maar stabiliteit betekent niet automatisch dat de markt voor iedereen toegankelijk is. De cijfers tonen duidelijk dat starters en gezinnen zonder substantieel startkapitaal het moeilijker hebben om eigendom te verwerven. Hogere eigen inbreng, langere looptijden van leningen en stijgende hypotheekrentes zijn barrières die niet verdwijnen door alleen naar het macroplaatje te kijken.